de nacht dat het dode kraaien regende: marc beyer
correctie vorig bericht.
vrijdag 31 juli 2009
literatuur
Een aantal romans waar de natuurlijke historie op een plezierige manier in verweven zit,zonder wetenschappelijk te worden.
Robert Flanagan: het boek van Gould: een avonturenroman: geschreven aan in hoofdstukken die ieders apart een exotische vis behandelen en de achterliggende geschiedenis van een broeireige tijd. Slavenhandel, de verlichting, eilanden en overleven zijn enkele thema's die in het boek voorkomen.
Anna Equist: de thuiskomst: over het leven van James Cook en de relatie tussen het hoofdpersonage en zijn vrouw. Historische feiten verweven tegen de achtergrond van een liefdeshistorie.
Marc Beyer: Waar de kraaien van het dak vielen: Een ornitholoog en zijn teneergang in het Duitse Rijk.
Daniel Mason: Een ver land: een boek dat handelt over twee mensen die van het paradijs belanden in de jungle van een vernietigende voortrazende maatschappij.
Robert Flanagan: het boek van Gould: een avonturenroman: geschreven aan in hoofdstukken die ieders apart een exotische vis behandelen en de achterliggende geschiedenis van een broeireige tijd. Slavenhandel, de verlichting, eilanden en overleven zijn enkele thema's die in het boek voorkomen.
Anna Equist: de thuiskomst: over het leven van James Cook en de relatie tussen het hoofdpersonage en zijn vrouw. Historische feiten verweven tegen de achtergrond van een liefdeshistorie.
Marc Beyer: Waar de kraaien van het dak vielen: Een ornitholoog en zijn teneergang in het Duitse Rijk.
Daniel Mason: Een ver land: een boek dat handelt over twee mensen die van het paradijs belanden in de jungle van een vernietigende voortrazende maatschappij.
aarde
Amerikaanse wetenschappers voorspellen dat de temperaturen op aarde de komende vijf jaar nog meer zullen stijgen dat wat het VN- klimaatpanel voorziet- Tot 150 % van het peil waarvoor zij waarschuwen. Bovenop het broeikaseffect dat door mensen wordt veroorzaakt, zal het kwik extra de hoogte ingaan door een periode van verhoogde zonneactiviteit en een neiuwe El Nino.
Grootste oorzaak voor deze opwarming is de verdere toename van broeikasgassen in de atmosfeer.
Er zou ook een nieuwe El Nino op komst zijn, die een geweldig effect heeft op het klimaat in grote delen van de wereld.
Bij de vorige El Nino van 1998 leidde dit in 63 landen tot etreme weersomstandigheden, 41 landen werden getroffen door overstromingen en 22 door droogte.
Grootste oorzaak voor deze opwarming is de verdere toename van broeikasgassen in de atmosfeer.
Er zou ook een nieuwe El Nino op komst zijn, die een geweldig effect heeft op het klimaat in grote delen van de wereld.
Bij de vorige El Nino van 1998 leidde dit in 63 landen tot etreme weersomstandigheden, 41 landen werden getroffen door overstromingen en 22 door droogte.
dinsdag 28 juli 2009
een wandeling door de dierentuin
De relatie tussen de mens en het dier.
Wat ik daar mee bedoel is dat de structuur van ons lichaam absoluut niet willekeurig is in relatie tot alle andere dieren die op deze aarde rondlopen,-vliegen,-zwemmen of -kruipen. Met sommige dieren delen we een deel van onze structuur; met andere niet. Er bestaat orde in wat wij met de rest van de wereld delen. We hebben twee oren, twee ogen, een hoofd, een paar armen en een paar benen. We hebben niet zeven benen of twee hoofden. Evenmin hebben we wielen.
Een wandeling door de dierentuin maakt onze relaties met de rest van het leven meteen duidelijk. Wat meer is, zo'n bezoek maakt duidelijk dat we het merendeel van het leven op eendezelfde manier als de clowns kunnen indelen. We kunnen een lange lijst van kenmerken opstellen die wij met de ijsberen delen: haren, melkklieren, vier ledematen, een nek en twee ogen, onder andere. Laten we nu de schildpadden aan de andere kant van het pad bekijken. Er zijn onmiskenbaar overeenkomsten, maar de lijst is iets korter. Met een schildpad delen we ( onder andere) vier poten, een nek en twee ogen. In tegenstelling tot ijsberen en wijzelf hebben schildpadden echter geen haren of melkklieren. En wat de schild betreft, dat lijkt uniek voor de schildpad, net zoals de witte vacht uniek is voor de ijsbeer. Nu gaan we naar het aquarium met Afrikaanse vissen. De bewoners hebben nog altijd overeenkomsten met ons, maar de lijst van gemeenschappelijke kenmerken is nog korter dan bij de schildpadden het geval was. Net als u hebben vissen twee ogen. Net als u hebben ze vier aanhangels, maar deze aanhangsels zien eruit als vinnen, niet als armen en benen. Naast vele andere kenmerken die u en de ijsberen delen, missen vissen haren en melklieren.
Dit begint te klinken als de Russische matroesjka's en subsubgroepen. Vissen, schildpadden, ijsberen en mensen delen allemaal een aantal kenmerken- een hoofd, twee ogen, twee oren enzovoort. Schildpadden, ijsberen en mensen hebben al deze kenmerken, en bovendien hebben ze nekken en ledematen, kenmerken die we bij de vissen niet tegenkomen. Ijsberen en mensen vormen een nog specifiekere groep, waarvan de leden el deze kenmerken delen en tevens haren en melkklieren hebben.
De centrale kwestie hier is de ontcijfering van de stamboom der soorten. Of, in meer precieze biologische termen, het patroon van hun onderlinge verwantschap. Dit patroon geeft ons de middelen om fossielen zoals de tiktaalik in het licht van onze dierentuinwandeling te interpreteren. Tiktaalik is een prachtige tussenvorm tussen de vissen en hun op land levende afstammelingen, maar de kans dat het onze exacte voorouder is, is uitermate klein. Hij is meer een neef van onze voorouder. Geen verstandige paleontoloog zou ooit beweren dat hij of zij ' De Voorouder' gevonden had.
De werkelijke kracht van deze stamboom schuilt in de voorspellingen die we erover kunnen doen. De voornaamste is dat naarmate we meer gemeenschappelijk kenmerken in kaart brengen, deze in het bestaande kader moeten passen. Dat wil zeggen dat wanneer ik kenmerken van cellen, van DNA en van alle andere structuren, weefsels en moleculen in de lichamen van deze dieren in kaart breng, deze de indeling zullen moeten ondersteunen die we tijdens onze wandeling hebben vastgesteld. Andersom kunnen we onze indeling weerleggen wanneer we kenmerken vinden die ermee in tegenspraak zijn. Dat wil zeggen dat, zou er een groot aantal gemeenschappelijke kenmerken tussen vissen en mensen blijken te bestaan die ijsberen niet hebben, onze indeling ondermijnd zou hebben en diende te worden aangepast of verworpen. In gevallen waarin de bewijslast niet eensluitend is, passen we een aantal statistische gereedschappen toe om de kwaliteit in te schatten van de kenmerken die de opbouw van de stamboom bepalen. In gevallen waarbij sprake is van ambiguiteit wordt de vorm van de stamboom als een werkhypothese beschouwd, totdat we overtuigend bewijs vinden om hem te accepteren dan wel te verwerpen.
Sommige groeperingen zijn zo sterk dat we ze in de praktijk als feiten beschouwen. De ordening vis- schildpad-ijsbeer- mens bijvoorbeeld wordt door honderden genetische karakteristieken en vrijwel alle kenmerken uit de anatomie, fysiologie en cellulaire biologie van deze dieren ondersteund. Onze rangschikking van vis tot mens kent een dermate solide onderbouwing dat we niet langer proberen er nieuwe bewijzen voor te vinden. Hoe kunnen we de relaties tussen langgeleden overleden dieren en de lichamen en genen van recente dieren betrouwbaar reconstrueren? We zoeken naar de sporen van afstamming met modificatie, voegen steeds meer kenmerken toe, evalueren de kwaliteit van de bewijzen en onderzoeken wanneer de veronderstelde groepen in het fossielenbestand vertegenwoordigd zijn. Het geweldige is dat we tegenwoordig over gereedschappen beschikken waarmee we deze hierarchie kunnen testen, door gebruik te maken van computers en grote DNA-labaratoria waarmee dezelfde analyses uitgevoerd kunnen worden als die we tijdens onze dierentuinwandeling maakten. En we hebben tegenwoordig wereldwijd toegang tot nieuwe fossielvindplaatsen. De plek die ons lichaam in de natuurlijke wereld inneemt, staat ons helderder voor ogen dan voorheen ooit mogelijk was.
De kracht van deze indelingen schuilt in de bewijzen waarop ze gebaseerd zijn. Ze worden door honderden genetische, embryologische en anatomische kenmerken ondersteund. Deze ordening stelt ons in staat om op een belangrijke manier naar onszelf te kijken.
Wat ik daar mee bedoel is dat de structuur van ons lichaam absoluut niet willekeurig is in relatie tot alle andere dieren die op deze aarde rondlopen,-vliegen,-zwemmen of -kruipen. Met sommige dieren delen we een deel van onze structuur; met andere niet. Er bestaat orde in wat wij met de rest van de wereld delen. We hebben twee oren, twee ogen, een hoofd, een paar armen en een paar benen. We hebben niet zeven benen of twee hoofden. Evenmin hebben we wielen.
Een wandeling door de dierentuin maakt onze relaties met de rest van het leven meteen duidelijk. Wat meer is, zo'n bezoek maakt duidelijk dat we het merendeel van het leven op eendezelfde manier als de clowns kunnen indelen. We kunnen een lange lijst van kenmerken opstellen die wij met de ijsberen delen: haren, melkklieren, vier ledematen, een nek en twee ogen, onder andere. Laten we nu de schildpadden aan de andere kant van het pad bekijken. Er zijn onmiskenbaar overeenkomsten, maar de lijst is iets korter. Met een schildpad delen we ( onder andere) vier poten, een nek en twee ogen. In tegenstelling tot ijsberen en wijzelf hebben schildpadden echter geen haren of melkklieren. En wat de schild betreft, dat lijkt uniek voor de schildpad, net zoals de witte vacht uniek is voor de ijsbeer. Nu gaan we naar het aquarium met Afrikaanse vissen. De bewoners hebben nog altijd overeenkomsten met ons, maar de lijst van gemeenschappelijke kenmerken is nog korter dan bij de schildpadden het geval was. Net als u hebben vissen twee ogen. Net als u hebben ze vier aanhangels, maar deze aanhangsels zien eruit als vinnen, niet als armen en benen. Naast vele andere kenmerken die u en de ijsberen delen, missen vissen haren en melklieren.
Dit begint te klinken als de Russische matroesjka's en subsubgroepen. Vissen, schildpadden, ijsberen en mensen delen allemaal een aantal kenmerken- een hoofd, twee ogen, twee oren enzovoort. Schildpadden, ijsberen en mensen hebben al deze kenmerken, en bovendien hebben ze nekken en ledematen, kenmerken die we bij de vissen niet tegenkomen. Ijsberen en mensen vormen een nog specifiekere groep, waarvan de leden el deze kenmerken delen en tevens haren en melkklieren hebben.
De centrale kwestie hier is de ontcijfering van de stamboom der soorten. Of, in meer precieze biologische termen, het patroon van hun onderlinge verwantschap. Dit patroon geeft ons de middelen om fossielen zoals de tiktaalik in het licht van onze dierentuinwandeling te interpreteren. Tiktaalik is een prachtige tussenvorm tussen de vissen en hun op land levende afstammelingen, maar de kans dat het onze exacte voorouder is, is uitermate klein. Hij is meer een neef van onze voorouder. Geen verstandige paleontoloog zou ooit beweren dat hij of zij ' De Voorouder' gevonden had.
De werkelijke kracht van deze stamboom schuilt in de voorspellingen die we erover kunnen doen. De voornaamste is dat naarmate we meer gemeenschappelijk kenmerken in kaart brengen, deze in het bestaande kader moeten passen. Dat wil zeggen dat wanneer ik kenmerken van cellen, van DNA en van alle andere structuren, weefsels en moleculen in de lichamen van deze dieren in kaart breng, deze de indeling zullen moeten ondersteunen die we tijdens onze wandeling hebben vastgesteld. Andersom kunnen we onze indeling weerleggen wanneer we kenmerken vinden die ermee in tegenspraak zijn. Dat wil zeggen dat, zou er een groot aantal gemeenschappelijke kenmerken tussen vissen en mensen blijken te bestaan die ijsberen niet hebben, onze indeling ondermijnd zou hebben en diende te worden aangepast of verworpen. In gevallen waarin de bewijslast niet eensluitend is, passen we een aantal statistische gereedschappen toe om de kwaliteit in te schatten van de kenmerken die de opbouw van de stamboom bepalen. In gevallen waarbij sprake is van ambiguiteit wordt de vorm van de stamboom als een werkhypothese beschouwd, totdat we overtuigend bewijs vinden om hem te accepteren dan wel te verwerpen.
Sommige groeperingen zijn zo sterk dat we ze in de praktijk als feiten beschouwen. De ordening vis- schildpad-ijsbeer- mens bijvoorbeeld wordt door honderden genetische karakteristieken en vrijwel alle kenmerken uit de anatomie, fysiologie en cellulaire biologie van deze dieren ondersteund. Onze rangschikking van vis tot mens kent een dermate solide onderbouwing dat we niet langer proberen er nieuwe bewijzen voor te vinden. Hoe kunnen we de relaties tussen langgeleden overleden dieren en de lichamen en genen van recente dieren betrouwbaar reconstrueren? We zoeken naar de sporen van afstamming met modificatie, voegen steeds meer kenmerken toe, evalueren de kwaliteit van de bewijzen en onderzoeken wanneer de veronderstelde groepen in het fossielenbestand vertegenwoordigd zijn. Het geweldige is dat we tegenwoordig over gereedschappen beschikken waarmee we deze hierarchie kunnen testen, door gebruik te maken van computers en grote DNA-labaratoria waarmee dezelfde analyses uitgevoerd kunnen worden als die we tijdens onze dierentuinwandeling maakten. En we hebben tegenwoordig wereldwijd toegang tot nieuwe fossielvindplaatsen. De plek die ons lichaam in de natuurlijke wereld inneemt, staat ons helderder voor ogen dan voorheen ooit mogelijk was.
De kracht van deze indelingen schuilt in de bewijzen waarop ze gebaseerd zijn. Ze worden door honderden genetische, embryologische en anatomische kenmerken ondersteund. Deze ordening stelt ons in staat om op een belangrijke manier naar onszelf te kijken.
maandag 27 juli 2009
zeven wereldwonderen
Een van deze twaalf plaatsen kan aanspraak maken op de titel '' zeven moderne wereldwonderen".
Komodo: Indonesie
Baai van Ha Long: Vietnam
Kliffen van Moher: Ierland
Fundybaai: Canada
Angelwaterval: Venezuela
Jeitagrotten: Libanon
Milford Sound: Nieuw-Zeeland
Ayers Rock: Australie
Vesuvius: Italie
Great Barrier Reef: Australie
Grand Canyon: Verenigde Staten
Sundarbans: Bangladesh
Komodo: Indonesie
Baai van Ha Long: Vietnam
Kliffen van Moher: Ierland
Fundybaai: Canada
Angelwaterval: Venezuela
Jeitagrotten: Libanon
Milford Sound: Nieuw-Zeeland
Ayers Rock: Australie
Vesuvius: Italie
Great Barrier Reef: Australie
Grand Canyon: Verenigde Staten
Sundarbans: Bangladesh
zondag 26 juli 2009
natuurhistorie in de 16 de eeuw deel 6
Brunetto Latino wijst ons erop dat wanneer hij de gemagnetiseerde naald zag van Bacon die naar het Noorden wees, er geen enkele navigator gebruik van wilde maken, uit angst dat hij zou aanzien worden als een magier.
Wetenschap werd matig getolereerd in de dertiende, veertiende en vijftiende eeuw, alleen als een wetenschap met uitsterven werd bedreigd of dat een kerkgeleerde er achter stond werd de wetenschap aanvaard.
We kunnen ons een beeld vormen van de status die de natuurlijke historie had gedurende de Middeleeuwen door de de proprietatibus rerum van Bartholomew eens onder de loep te nemen.
Hij had een middelmatige notie van Egypte en Indie en de Hyperboreerse bergen die zouden bevolkt zijn met draken, griffioenen en sirenes.
Het is wel grappig om te zien hoe hij natuurlijke feiten observeerde en interpreteerde. De opvolging van kleuren in de regenboog zouden volgens hem rood, blauw en groen zijn. Als je een oor in het water steekt moet je oppassen want het zou kunnen afbreken door de deining van het water. Bijen zouden zichzelf volladen met stenen zodat ze wat steviger vliegen als er een windstoot komt. De krab wacht tot de oester zich opent, steekt dan een steen tussen de twee schelpen zodanig dat hij het oestervlees makkelijk kan verorberen. De vos mankt omdat zijn rechterbenen korter zijn dan zijn linkerbenen. Deze dingen werden geschreven ten tijde dat de mooiste delen van de gote kerken in York, Salisbury en Lincoln werden opgericht. Dat het Merton college werd gesticht in Oxford. Deze verhalen werden niet afgedaan als populaire fabels, maar werden voor waar aangenomen omdat ze waren geschreven door een man die was opgeleid volgens de hoogste normen in de dertiende eeuw. Hij had namelijk zijn educatie gekreen aan de universiteit van Parijs. Ook werden deze teksten niet verworpen door de mensen die deze teksten door de eeuwen heen zouden kopieren, vertalen en hervertalen, en ze tot slot zouden uitgeven in boekvorm.
Wetenschap werd matig getolereerd in de dertiende, veertiende en vijftiende eeuw, alleen als een wetenschap met uitsterven werd bedreigd of dat een kerkgeleerde er achter stond werd de wetenschap aanvaard.
We kunnen ons een beeld vormen van de status die de natuurlijke historie had gedurende de Middeleeuwen door de de proprietatibus rerum van Bartholomew eens onder de loep te nemen.
Hij had een middelmatige notie van Egypte en Indie en de Hyperboreerse bergen die zouden bevolkt zijn met draken, griffioenen en sirenes.
Het is wel grappig om te zien hoe hij natuurlijke feiten observeerde en interpreteerde. De opvolging van kleuren in de regenboog zouden volgens hem rood, blauw en groen zijn. Als je een oor in het water steekt moet je oppassen want het zou kunnen afbreken door de deining van het water. Bijen zouden zichzelf volladen met stenen zodat ze wat steviger vliegen als er een windstoot komt. De krab wacht tot de oester zich opent, steekt dan een steen tussen de twee schelpen zodanig dat hij het oestervlees makkelijk kan verorberen. De vos mankt omdat zijn rechterbenen korter zijn dan zijn linkerbenen. Deze dingen werden geschreven ten tijde dat de mooiste delen van de gote kerken in York, Salisbury en Lincoln werden opgericht. Dat het Merton college werd gesticht in Oxford. Deze verhalen werden niet afgedaan als populaire fabels, maar werden voor waar aangenomen omdat ze waren geschreven door een man die was opgeleid volgens de hoogste normen in de dertiende eeuw. Hij had namelijk zijn educatie gekreen aan de universiteit van Parijs. Ook werden deze teksten niet verworpen door de mensen die deze teksten door de eeuwen heen zouden kopieren, vertalen en hervertalen, en ze tot slot zouden uitgeven in boekvorm.
zaterdag 25 juli 2009
natuurhistorie in de 16 de eeuw deel 5
Zelfs in een tijd dat uit boeken iets leren bijna uitgestorven was, bleef de kennis over planten toch overeind. De landbouw en bloemencultuur werden zelfs beschermd. In de eeuw van Charlemagne, dat door sommige geschiedkundigen als een dieptepunt word aanzien wat betreft leren en literatuur, bereiken ons nog altijd berichten vanuit de regering. Een van deze geschriften ( capitulare de villis imperialibus) bevat de fruitbomen, groenten, medicinale kruiden en bloemen die worden besteld om te telen in de keizerlijke tuin. Earle heeft een lijst aangelegd van Engelse namen vertaald uit het Latijn, niet door het Frans, of eerder welke andere moderne Romeinse taal maar meteen in Angelsaksische vormen.
Het is evident dat deze namen werden geintroduceerd door tuiniers die het Latijns begrepen.Het is bijna evident dat deze tuiniers monikken waren. In de horticultuur zijn aanwijzingen te vinden dat zij wel degelijk kunde hadden omtrent deze materie. Medicijnen werd gedurende vele eeuwen alleen maar bedreven door religieuzen en Joden. Relikwieen en heilig water waren meer in trek dan drugs. Wanneer de dokters op het toneel kwamen, waren zij meteen ook astrologen. Gedurende een groot deel van de Middeleeuwen waren alle mannen van de wetenschap meteen ook astrologen en waren ze populair om dat ze astrologie en magie praktiseerden.
In de 13 de eeuw werden er noties genomen van het kompas,buskruit, leesbrillen, de Arabische nummers en de tientallige schaal. In de 14 de eeuw werd de handel met het Oosten zo ver uitgebreid als de Saraceense macht het toeliet; Centraal Azie en zelfs het Verre Oosten werden bezocht door Europeanen. Universiteiten werden vermenigvuldigd, er werd plaats gemaakt voor een open regering, reformatie en nationaal sentiment wonnen aan sterkte. De heropleving van educatie en de heropleving van schilderkunst en beeldhouwkunst begon in Italie aan een nooit geziene snelheid. De 15 de eeuw word gemarkeerd door de uitvinding van houtgraveringen en drukkunst, en door de grote geografische ontdekkingen van de Portugezen in het Oosten en van de Spanjaarden in het Westen.
Hoe hard het intellectuele leven ook bloeide gedurende al die jaren, er werd weinig aandacht besteed aan wetenschap.Er zijn wel enkele namen zoals die van Roger Bacon en Regiomontanus die laten blijken dat de aanleg voor wetenschappelijk onderzoek reeds bestond, maar de keerzijde was dan echter weer dat het onderzoek werd geboycot door de kerk. De kerk had reeds de scholastische filosofie en de magie. in de opmerkelijke carriere van Bacon noteren we de stimulus die hij ontving van de Arabische wetenschap. Zijn verontwaardigend protest tegen de onverschilligheid en voorbedachtheid van de scholastici, zijn verbod om les te geven aan de Oxford universiteit die unaniem was goegekeurd door het merendeel van de Fransiscanen, en zijn opsluiting.
Het is evident dat deze namen werden geintroduceerd door tuiniers die het Latijns begrepen.Het is bijna evident dat deze tuiniers monikken waren. In de horticultuur zijn aanwijzingen te vinden dat zij wel degelijk kunde hadden omtrent deze materie. Medicijnen werd gedurende vele eeuwen alleen maar bedreven door religieuzen en Joden. Relikwieen en heilig water waren meer in trek dan drugs. Wanneer de dokters op het toneel kwamen, waren zij meteen ook astrologen. Gedurende een groot deel van de Middeleeuwen waren alle mannen van de wetenschap meteen ook astrologen en waren ze populair om dat ze astrologie en magie praktiseerden.
In de 13 de eeuw werden er noties genomen van het kompas,buskruit, leesbrillen, de Arabische nummers en de tientallige schaal. In de 14 de eeuw werd de handel met het Oosten zo ver uitgebreid als de Saraceense macht het toeliet; Centraal Azie en zelfs het Verre Oosten werden bezocht door Europeanen. Universiteiten werden vermenigvuldigd, er werd plaats gemaakt voor een open regering, reformatie en nationaal sentiment wonnen aan sterkte. De heropleving van educatie en de heropleving van schilderkunst en beeldhouwkunst begon in Italie aan een nooit geziene snelheid. De 15 de eeuw word gemarkeerd door de uitvinding van houtgraveringen en drukkunst, en door de grote geografische ontdekkingen van de Portugezen in het Oosten en van de Spanjaarden in het Westen.
Hoe hard het intellectuele leven ook bloeide gedurende al die jaren, er werd weinig aandacht besteed aan wetenschap.Er zijn wel enkele namen zoals die van Roger Bacon en Regiomontanus die laten blijken dat de aanleg voor wetenschappelijk onderzoek reeds bestond, maar de keerzijde was dan echter weer dat het onderzoek werd geboycot door de kerk. De kerk had reeds de scholastische filosofie en de magie. in de opmerkelijke carriere van Bacon noteren we de stimulus die hij ontving van de Arabische wetenschap. Zijn verontwaardigend protest tegen de onverschilligheid en voorbedachtheid van de scholastici, zijn verbod om les te geven aan de Oxford universiteit die unaniem was goegekeurd door het merendeel van de Fransiscanen, en zijn opsluiting.
Abonneren op:
Posts (Atom)