Gedurende Cook's eerste ontdekkingsreis, die begon in 1768 en eindigde in 1771, beschreef en maakte hij kaarten aan van vele regio's in de Zuidzee die voor vele Europeanen onbekend waren. Omdat hij zo geintrigeerd was door de grote collectie van botanische soorten gecollectioneerd door Banks en Solander, besloot hij om tijdens een stoop aan de Oostkust vanAustralie, de natuurlijke haven om te dopen tot " Botany Bay".
Na zijn terugkeer naar Engeland werd Cook's roem bijna overschaduwd door de roem van Banks, maar zijn reputatie bij de Royal Navy was verzekert. Omdat hij bijna nooit thuis was, werd een tweede missie gepland. Banks maakte zo'n uitzonderlijke plannen voor de uitrusting van het schip dat Cook er zich noodgedwongen moest bij neerleggen. Nadat de Admiraliteit de beide heren hun kant van het verhaal had beluistert, besloot de Admiraliteit voor Cook te kiezen.
maandag 2 november 2009
james cook en de vitamine C
Kapitein Cook promoot de praktijk van het eten van zuurkool en limoensap om scheurbuik tegen te gaan, gebaseerd op studies van DR. James Lund in 1747. Cook stuurde zijn personeel ook aan om zich regelmatig te wassen inclusief hun eigenste bezittingen, en regelmatig oefeningen te doen op het bovendek. Het was niet voor 1795 dat limoensap ratsoeneringen werden voorzien voor alle matrozen in de Royal Navy, en daarom worden deze matrozen tot op de dag van vandaag " Limeys " genoemd. Vitamine C, zou niet ontdekt worden voor 1932, tot W.A. Waugh en C.G. King van de Universiteit van Pittsburgh, en Albert Srent Gyorgi, een Hongaarse wetenschapper, de vitamine identificeerde als een belangrijk bestanddeel van het menselijke dieet.
james cook: eigenzinnige wereldreiziger
Midden in de 18 de eeuw was er eigenlijk nog geen derde van de wereld ontdekt: voor vele mensen in Europa was dit onbekend land. De reizen die toen werden aangeduid als ontdekkingsreizen waren geen pleziertochten. Die meerderjarige ontdekkingsreizen waren reizen naar het ongewisse, waar alles van de voltallige bemanning op zo'n schip geeist werd. De levensomstandigheden aan boord waren allesbehalve aangenaam. Ze waren eerder katastrofaal, doorspekt met ziektes, zware onweders, bedrog en muiterij. Statistisch gezien was een gezonde terugkeer dan ook heel onwaarschijnlijk. Zo'n reis trok dan ook mensen aan met soms een bedenkelijke reputatie, de keerzijde van de medaille was dan meer dat deze lui naar huis konden keren als echte burgers, mits ze het overleefde. Bij die mensen was ook James Cook. Vanuit een arme landbouwersfamilie schopte hij het tot kapitein van de Royal Navy en trad hij toe tot de Royal Society. Bovendien was hij erg bedreven geraakt in Maritieme aangelegenheden en had hij veel discipline. Cook was een rijzige gestalte van 1,83 m, met een ietwat nors aangezicht, die zelden lachte en alleen zijn emoties toonde in zijn onderdekse kajuit. Zijn doorzettingskracht was legendarisch en dat verwachtte hij dan ook meteen voor al zijn personeel dat bij hem aan boord was. Van de moment dat hij nog maar dacht dat zijn bemanning begon te klagen en te jammeren, kwam hij al luid brullend en stampenvoetend op het dek om zijn matrozen te betichten en aan te manen om verder te werken in uiterste discipline. Cook was een man die weinig met andere converseerde, en dat eigenlijk ook niet graag deed. Schrijven daarentegen deed hij eens zoveel. Eens hij terug was in Londen zette Cook zich steevast aan het schrijven over zijn wedervaren in de Stille Zuidzee, en al zijn ontdekkingen en waarnemingen noteerde hij met stip in zijn journaals. Ook had hij veel tegenkantingen, zoals bijvoorbeeld die ene keer dat ze over hem berichten dat zijn ontdekkingen die hij op zijn ererste reis had gedaan " niet zo uitzonderlijk groot" waren. Hij had volgens de Kroon ook niet die ontdekkingen gedaan die belangrijk waren voor het land. Wel introduceerde hij de titel " edele wilde". als hij zijn emoties toonde dat was dit geschriften waarin hij zich verdedigde tegenover zijn criticasters. " Wij brengen droefheid mee en ongekende ziektes die daarvoor nog niet gekend waren, en die nu kunnen onderzocht worden, we excuseren ons ervoor dat we jullie gelukzalige rust verstoren, die jullie voorvaderen jullie geschonken hebben".
Als C ook zijn menselijke gedaante toonde dat was dat in de nabijheid van zijn gezin. Al weten we niet veel over de relatie met zijn vrouw Elisabeth en zijn kinderen. Uiteindelijk zag Cook zijn familie amper of noooit door het feit dat hij drie wereldreizen heeft gemaakt in zijn leven die alle drie meerdere jaren duurde.
Als C ook zijn menselijke gedaante toonde dat was dat in de nabijheid van zijn gezin. Al weten we niet veel over de relatie met zijn vrouw Elisabeth en zijn kinderen. Uiteindelijk zag Cook zijn familie amper of noooit door het feit dat hij drie wereldreizen heeft gemaakt in zijn leven die alle drie meerdere jaren duurde.
zondag 1 november 2009
de kleuren van de natuur
Je hoort vaak dat rood, bruin, groen en geel de kleuren van de natuur zijn.
Waarom is er geen blauw in het bos?
Je kunt niet zeggen dat rood, bruin, groen en geel de kleuren van de natuur zijn. ' De natuur' is een heel breed begrip, en ook blauw is er op vele plekken: de zee, de lucht en sommige bloemen zijn blmauw, en vogels hebben wel blauwe veren. Wel zie je rood en bruin, groen en geel vaak in planten. De celwand van planten bestaat overwegend uit cellulose en de houtstof lignine. Deze stoffen geven de planten hun interne sterkte, maar ze zijn moeilijk af te breken. Als de bladeren vallen komen ze op de bosbodem terecht en gaan ze er bruin en donker uitzien, omdat ze een groot deel van het zonlicht absorberen. s' zomers is groen de dominante kleur bij planten. De pigmenten in de bladeren die het zonlicht opvangen, absorberen vooral energie in het blauwe en rode eind van het spectrum van het zonlicht, en kaatsen het groene deel van het zonlicht daarom terug. In de herfst worden de bladeren van loofbomen vaak rood en geel omdat de groene chlorofylpigmenten worden afgebroken en dan zijn andere kleurpigmenten te zien. Veel dieren gebruiken de felle kleuren in huid, vacht of veren bijvoorbeeld om elkaar te herkennen of het signaal te geven dat ze gevaarlijk zijn. Waar veel diersoorten dicht bij elkaar leven, zoals in het tropisch regenwoud of in het koraalrif, zie je een explosie van kleuren die de plantenkleuren ruimschoots overtreffen. Welke kleuren je de 'kleuren van de natuur' noemt, hangt dan ook of van de plek waar je je bevindt.
Waarom is er geen blauw in het bos?
Je kunt niet zeggen dat rood, bruin, groen en geel de kleuren van de natuur zijn. ' De natuur' is een heel breed begrip, en ook blauw is er op vele plekken: de zee, de lucht en sommige bloemen zijn blmauw, en vogels hebben wel blauwe veren. Wel zie je rood en bruin, groen en geel vaak in planten. De celwand van planten bestaat overwegend uit cellulose en de houtstof lignine. Deze stoffen geven de planten hun interne sterkte, maar ze zijn moeilijk af te breken. Als de bladeren vallen komen ze op de bosbodem terecht en gaan ze er bruin en donker uitzien, omdat ze een groot deel van het zonlicht absorberen. s' zomers is groen de dominante kleur bij planten. De pigmenten in de bladeren die het zonlicht opvangen, absorberen vooral energie in het blauwe en rode eind van het spectrum van het zonlicht, en kaatsen het groene deel van het zonlicht daarom terug. In de herfst worden de bladeren van loofbomen vaak rood en geel omdat de groene chlorofylpigmenten worden afgebroken en dan zijn andere kleurpigmenten te zien. Veel dieren gebruiken de felle kleuren in huid, vacht of veren bijvoorbeeld om elkaar te herkennen of het signaal te geven dat ze gevaarlijk zijn. Waar veel diersoorten dicht bij elkaar leven, zoals in het tropisch regenwoud of in het koraalrif, zie je een explosie van kleuren die de plantenkleuren ruimschoots overtreffen. Welke kleuren je de 'kleuren van de natuur' noemt, hangt dan ook of van de plek waar je je bevindt.
Voetafdruk laat sporen na
Sensationele vondst van 1,5 miljoen jaar oude voetsporen is het oudste bewijs dat mensen toen al liepen zoals wij.
In de buurt van het huidige Noord-Keniase dorpje Ileret bij het Turkanameer liet een groepje prehistorische mensen een reeks van ruim 30 voetafdrukken in versteende modder achter. Deze sporen stammen uit een belangrijke periode voor het menselijke geslacht, Homo, waarin we rechtop lopend de wereld veroverden. Het is niet zeker welke Homo-soort de voetsporen achterliet, maar volgens de Amerikaanse en Britse onderzoekers die de sporen vonden, zijn ze mogelijk van Homo ergaster of Homo erectus, de eerste voorouders met het postuur en de afmetingen van de moderne mens. De sporen zijn gevonden op een acht meter hoge rots met versteende lagen van sedimenten die zijn afgezet toen de rivieren door het smeltwater jaar na jaar buiten hun oevers traden. In twee sedimentlagen, met 10.000 jaar ertussen, zijn vier rijen afdrukken plus losse voetafdrukken gevonden. Nauwkeurige lasermetingen van de paslengte en de drukverdeling tonen aan dat de mens van toen ongeveer hetzelfde moet hebben gewogen en gelopen als wij. Eveneens blijkt dat de voet van de hiel naar de grote teen werd afgewikkeld, precies zoals de moderne mens doet. De voet van toen had een hoge voetboog die als een veer het gewicht opving, net zoals dat nu bij ons gebeurt. Bij de enige andere gevonden voetsporen van onze voorouders, de 3,75 miljoen jaar oude voetsporen van Laetoli in Tanzania, is daarentegen nauwelijks een voetboog te zien. De afdrukken vertonen kenmerken van een veel primitievere loopwijze, die meer energie kost en die lijkt op die van de huidige chimpansee. Juist het feit dat mensen gingen rechtop lopen wordt beschouwd als een spectaculaire ontwikkeling, want toen konden onze vroege voorouders voor het eerst pas grote en nieuwe gebieden verkennen. Tot dusver was er slechts weinig bekend over de ontwikkeling van de voet en de rol van de voeten in de evolutie van de mens, omdat er nooit versteende voetbotjes zijn gevonden.
In de buurt van het huidige Noord-Keniase dorpje Ileret bij het Turkanameer liet een groepje prehistorische mensen een reeks van ruim 30 voetafdrukken in versteende modder achter. Deze sporen stammen uit een belangrijke periode voor het menselijke geslacht, Homo, waarin we rechtop lopend de wereld veroverden. Het is niet zeker welke Homo-soort de voetsporen achterliet, maar volgens de Amerikaanse en Britse onderzoekers die de sporen vonden, zijn ze mogelijk van Homo ergaster of Homo erectus, de eerste voorouders met het postuur en de afmetingen van de moderne mens. De sporen zijn gevonden op een acht meter hoge rots met versteende lagen van sedimenten die zijn afgezet toen de rivieren door het smeltwater jaar na jaar buiten hun oevers traden. In twee sedimentlagen, met 10.000 jaar ertussen, zijn vier rijen afdrukken plus losse voetafdrukken gevonden. Nauwkeurige lasermetingen van de paslengte en de drukverdeling tonen aan dat de mens van toen ongeveer hetzelfde moet hebben gewogen en gelopen als wij. Eveneens blijkt dat de voet van de hiel naar de grote teen werd afgewikkeld, precies zoals de moderne mens doet. De voet van toen had een hoge voetboog die als een veer het gewicht opving, net zoals dat nu bij ons gebeurt. Bij de enige andere gevonden voetsporen van onze voorouders, de 3,75 miljoen jaar oude voetsporen van Laetoli in Tanzania, is daarentegen nauwelijks een voetboog te zien. De afdrukken vertonen kenmerken van een veel primitievere loopwijze, die meer energie kost en die lijkt op die van de huidige chimpansee. Juist het feit dat mensen gingen rechtop lopen wordt beschouwd als een spectaculaire ontwikkeling, want toen konden onze vroege voorouders voor het eerst pas grote en nieuwe gebieden verkennen. Tot dusver was er slechts weinig bekend over de ontwikkeling van de voet en de rol van de voeten in de evolutie van de mens, omdat er nooit versteende voetbotjes zijn gevonden.
mieren die zichzelf klonen
Hier keken de geleerden van op: DNA tests van de mierensoort Myocepurus Smithii toonden aan dat dat deze soort vooral uit vrouwtjes bestaat, en dat die vrouwtjes zich alleen ongeslachtelijk voortplanten. Alle mieren van deze familie zijn klonen- genetisch identieke exemplaren-van de koningin. Dat blijkt uit een mierenonderzoek dat in het Amazonegebied is verricht door Anna Himler, bioloog aan de Universiteit van Arizona. Bij andere diersoorten was al eerder geconstateerd dat er mannetjes geboren werden door ongeslachtelijke voortplanting. Toen de onderzopekers de geslachtsorganen van de mieren onderzochten zagen ze dat sommige voortplantingsorganen bij de mier ontbraken. Volgens Anna Himler kent de voortplanting zonder seks voor-en nadelen: de mieren kunnen zich geheel concentreren op het produceren van schimmels om op te eten, maar ze zijn ook een makkelijke prooi voor parasieten, omdat genetisch identieke mieren een zwak immuunsysteem hebben.
Madagaskar telt 200 nieuwe kikkersoorten
Met een nieuwe methode om kikkersoorten op Madagaskar te beschrijven kwamen biologen van het Spaanse Museo Nacional de Ciencas Naturales erachter dat er mogelijk bijna twee keer zoveel soorten zijn als de 244 soorten die al waren beschreven. Wetenschappers integreerden daarbij de genetische, fysieke en akoestische gegevens van de kikkersoorten die al op het eiland bekend waren. Ook voerden ze genetische analyses uit bij 2850 kikkers die waren verzameld op 170 verschillende plekken op Madagaskar. Deze kikkers vertonen een grote genetische diversiteit. Op grond van andere gegevens en eerder opgestelde stambomen nemen de biologen aan dat er waarschijnlijk twee keer zoveel kikkersoorten op Madagaskar zijn dan tot nu toe ontdekt. Ze schatten het aantal tussen de 373 en 465. Wereldwijd is het aantal kikkersoorten in de afgelopen tien jaar met 19,4 % gestegen: er zijn nu 6449 geregisteerde soorten. Volgens de Spaanse biologen zijn er aanwijzingen dat het aantal kikkersoorten op aarde twee tot vier keer zo groot zal blijken te zijn wanneer ze ooit allemaal in kaart zijn gebracht.
Abonneren op:
Posts (Atom)