Anne Michaels: het wintergewelf
synopsis:
Egypte, 1964. De grote tempel van Aboe Simbel moet worden gered van het stijgende water van de Aswan-dam. Steen voor steen zal de tempel worden verplaatst naar een hoger gelegen gebied. Dit omvangrijke project wordt overzien door Avery Escher, een jonge ingenieur die vanuit Canada met zijn vrouw naar Egypte is verhuisd. Avery is een man met een rotsvast vertrouwen in de moderne technologie. Zijn vrouw Jean is een botaniste met een grote passie voor de natuur. Egypte is voor beiden een vreemd land. Een land dat in naam van de vooriutgang te snelle veranderingen doormaakt. Wanneer er een tragische gebeurtenis plaatsvindt, komt niet alleen de liefde tussen Avery en Jean, maar ook alles waarin ze geloven in een ander daglicht te staan.
maandag 7 september 2009
reptielen
Reptielen zijn in vrijwel alle gematigde en warme plaatsen op aarde te vinden, enkele soorten zelfs boven de poolcirkels en vele soorten zelfs in hoge gebergten. Alle reptielen zijn in beginsel echt landdieren, de soorten die wij in het water vinden ( zee-en waterschildpadden en zeeslangen) zijn net als zoogdieren, dieren die gedurende de evolutie teruggekeerd zijn naar het water en stammen dus af van immers levende voorouders. Reptielen vinden we in vrijwel alle biotopen, als er maar een redelijke warme periode per jaar is. Zelfs boven de poolcirkels en in hooggebergten vinden we nog reptielen zoals de adder en de levendbarende hagedis.
Zonneschijn is ook belangrijk, niet alleen voor de benodigde warmte maar ook voor de aanmaak van vitamine D3 dat het vervellen mogelijk maakt en helpt bij de opname van kalk.Wij vinden reptielen langs water, in zee, in droge woestijnen, in bossen, tropisch regenwoud op heidevelden en moeraslanden. Hoe warmer het klimaat wordt hoe meer soorten we vinden en in grotere aantallen. Reptielen zijn over het algemeen vrij schuw en sommige zijn cultuurvolgers.
Zonneschijn is ook belangrijk, niet alleen voor de benodigde warmte maar ook voor de aanmaak van vitamine D3 dat het vervellen mogelijk maakt en helpt bij de opname van kalk.Wij vinden reptielen langs water, in zee, in droge woestijnen, in bossen, tropisch regenwoud op heidevelden en moeraslanden. Hoe warmer het klimaat wordt hoe meer soorten we vinden en in grotere aantallen. Reptielen zijn over het algemeen vrij schuw en sommige zijn cultuurvolgers.
zaterdag 5 september 2009
amfibieen
Zo'n 370 miljoen jaar geleden, tijdens het late Devoon, lukte het de eerste amfibieen om voor korte tijd het water te verlaten en aan land te kruipen. Om zich voort te planten moesten ze echter weer terug in het water.
Hun naam is afkomstig van het Griekse woord " Amphibios" en betekent " dubbelleven". Het verwijst naar het feit dat deze dieren in twee omgevingen kunnen vertoeven. De ene omgeving is de zee waarin hun voorouders de vissen, nog steeds leven, de andere omgeving is het land, waar hun nakomelingen de reptielen leven.
Tegenwoordig hebben de meeste amfibieen twee paar ledematen en een naakte slijmerige huid, die vergeven is van de kiemen. Dat onderscheidt hen duidelijk van hun voorvaders. De huid van hun voorouders was meestal geschubt en leerachtig en beschermde ze, doordat ze ondoorlatend was, tegen vochtverlies.
Wanneer ze zich nog in het ontwikkelingsstadium bevinden, ademen de amfibieen normaal gesproken door kieuwen, wanneer ze volwassen zijn, ademen ze door de longen en de huid.
Voor de bevruchting leggen de amfibieen eitjes in het water. Bij enkele worden de eitjes binnen in het lichaam bevrucht, bij anderen gbeurt dit buiten het lichaam. Uit de eitjes komen larven of kikkervisjes waarvan het uiterlijk in de loop van hun ontwikkeling verandert. Ze krijgen ledematen, longen etc.
Na deze veranderingen kunnen amfibieen het water verlaten en op het droge leven.
Er bestaan tegenwoordig ong 3000 soorten amfibieen die we kunnen onderverdelen in kikkers en salamanders.
Hun naam is afkomstig van het Griekse woord " Amphibios" en betekent " dubbelleven". Het verwijst naar het feit dat deze dieren in twee omgevingen kunnen vertoeven. De ene omgeving is de zee waarin hun voorouders de vissen, nog steeds leven, de andere omgeving is het land, waar hun nakomelingen de reptielen leven.
Tegenwoordig hebben de meeste amfibieen twee paar ledematen en een naakte slijmerige huid, die vergeven is van de kiemen. Dat onderscheidt hen duidelijk van hun voorvaders. De huid van hun voorouders was meestal geschubt en leerachtig en beschermde ze, doordat ze ondoorlatend was, tegen vochtverlies.
Wanneer ze zich nog in het ontwikkelingsstadium bevinden, ademen de amfibieen normaal gesproken door kieuwen, wanneer ze volwassen zijn, ademen ze door de longen en de huid.
Voor de bevruchting leggen de amfibieen eitjes in het water. Bij enkele worden de eitjes binnen in het lichaam bevrucht, bij anderen gbeurt dit buiten het lichaam. Uit de eitjes komen larven of kikkervisjes waarvan het uiterlijk in de loop van hun ontwikkeling verandert. Ze krijgen ledematen, longen etc.
Na deze veranderingen kunnen amfibieen het water verlaten en op het droge leven.
Er bestaan tegenwoordig ong 3000 soorten amfibieen die we kunnen onderverdelen in kikkers en salamanders.
boek van de week
De verloren stad Z: David Grann
Het verhaal van een man en zijn dodelijke obsessie in het amazonegebied.
Het verhaal van een man en zijn dodelijke obsessie in het amazonegebied.
donderdag 3 september 2009
lignine
Lignine is het meest voorkomende organische materiaal op aarde na cellulose. De sterkte van hout is een resultaat van het compositiemateriaal dat gevormd wordt door de interactie tussen cellulose en het lignine er omheen. Ong 33 tot 35 procent van de massa van gedroogd hout bestaat uit lignine.
algen
Algen zijn microscopisch kleine plantjes, welke aan de basis staan van de voedselketen in zee. Net als planten nemen ze co2 op en met behulp van licht maken ze nieuw celmateriaal.
De groei wordt vooral bepaald door de beschikbaarheid van stikstof, fosfaat en voor sommige algen ook silicaat (kiezelalgen). Algen dienen als voedsel voor eveneens klein dierlijk plankton, maar kunnen ook sterven als gevolg van een virusinfectie of door te weinig voedingsstoffen. Mede door hun vermogen om co2 op te nemen spelen ze een belangrijke rol in klimaatstudies.
Algen nemen het broeikasgas kooldoixide ( co2) op en maken zuurstof als afvalproduct. Een massale groei van algen kan zorgen voor vermindering van het broeikaseffect CO2. Ze doen dat net als landplanten via fotosynthese. Om te kunnen groeien hebben algen behalve CO2 en licht ook voedingstoffen nodig.Voedingstoffen zoals stikstof, fosfor en silicium, maar ook metalen als ijzer en zink zijn onmisbaar.
De groei wordt vooral bepaald door de beschikbaarheid van stikstof, fosfaat en voor sommige algen ook silicaat (kiezelalgen). Algen dienen als voedsel voor eveneens klein dierlijk plankton, maar kunnen ook sterven als gevolg van een virusinfectie of door te weinig voedingsstoffen. Mede door hun vermogen om co2 op te nemen spelen ze een belangrijke rol in klimaatstudies.
Algen nemen het broeikasgas kooldoixide ( co2) op en maken zuurstof als afvalproduct. Een massale groei van algen kan zorgen voor vermindering van het broeikaseffect CO2. Ze doen dat net als landplanten via fotosynthese. Om te kunnen groeien hebben algen behalve CO2 en licht ook voedingstoffen nodig.Voedingstoffen zoals stikstof, fosfor en silicium, maar ook metalen als ijzer en zink zijn onmisbaar.
dinsdag 1 september 2009
de longvis: voorouder der amfibieen
In het devoon ( 416-359 miljoen jaar geleden) evolueerden uit reeds bestaande vissen de zogenaamde longvissen (klasse dipnoi). deze dieren vormen waarschijnlijk de link tussen het leven in het water en het leven op het land. Een gegeven dat hen voor de wetenschap buitengewoon interresant maakt.
Abonneren op:
Posts (Atom)