De opwarming van de aarde is het symbool bij uitstek van de gevaren die de geosfeer bedreigen. De feiten omtrent de uitstoot van CO2 en de verstoorde koolstofcyclus van de aarde houden de aandacht gevangen van zowel het grote publiek als van beleidsbobo's. Het is zonder enige twijfel een ernstig probleem, maar het is tegelijkertijd slechts een klein onderdeel van een veel grotere kwestie. Als we ons alleen op de opwarming van de aarde door koolstof richten,negeren we de ontelbare andere manieren waarop menselijke activiteit ingrijpt in natuurlijke cycli die van essentieel belang zijn voor de gezondheid van onze bodem, onze lucht en ons water. Met ' gezond' bedoel ik in staat leven te dragen, en verwijs ik met name naar omstandigheden waarin het menselijk leven kan gedijen ( er bestaan tenslotte organismen die kunnen overleven in milieus die voor ons dodelijk zijn, zoals de verzengende hete bronnen op de bodem van de diepzee). De koolstofvoetafdruk mag dan de koningin van de milieumaatregelen zijn, het is slechts een van de vele mogelijkheden waarmee we de impact van een product op de koolstofcyclus kunnen bepalen. Een andere optie is het vaststellen van de vastgelegde koolstof, de hoeveelheid C02 per kilogram die vrijkomt bij de productie, het transport, het gebruik en de afvalbewerking van een product. Voor de berekening van de vastgestelde koolstof in een fles shampoo kan meer dan vijftig ingredienten bevatten en ook rekent men de C02-uitstoot voor het plastic van de fles mee. De koolstofcyclus, een systeem van voortdurende uitwisseling tussen levende organismen, de geosfeer en de atmosfeer van de aarde, is bovendien slechts een van de vele processen die beinvloed worden door menselijke activiteit.
Een andere kwestie is Eutrofiering, een maatstaf voor ons effect op water. Wanneer nutrienten als stikstof of fosfor in het water terechtkomen, veroorzaken ze een explosieve algengroei die zuurstof aan het water onttrekt, waardoor andere soorten stikken: gebruikelijke boosdoeners zijn onder andere rioolwater en de afvloeiing van de kunstmest die gebruikt wordt op gazons en landbouwgrond. Ongeveer de helft van de meren in Azie, Europa en Noord-Amerika heeft te kampen met eutrofiering en in de Golf van Mexico bestaat een enorme dode zone ten gevolge van de afvloeiing van kunstmest via de Missisipi.
zondag 9 augustus 2009
vrijdag 7 augustus 2009
Otto Brunfels
Otto Brunfels ( 1484-1534)
Geboren in Mayence, gestudeerd aan de universiteit, en door zijn ouders voorbestemd om de kerk te dienen. Tot zijn 37 ste leefde hij in gemeenschap in een Karthuizerklooster, maar omdat hij de strenge geloften niet meer aankon besloot hij zich aan te sluiten bij de Humanistische beweging. Hij vond werk als Lutheriaanse pastoor, schoolmeester, tot hij zich vestigde in Straatsburg in 1524, zijn studies verder ontwikkelde en boeken begon te schrijven. Pedagogie, theologie, medicijnen en botanie kregen allemaal zijn aandacht. Het is moeilijk te begrijpen waar hij later zijn grote kennis van medicijnen vandaan kwam. Hij ontving zelfs een doctoraat in de medicijnen en kon en mocht praktiseren als dokter. Een ondernemende boekenverkoper, Schott genaamd engageerde hem zelfs om een nieuw kruidenboek te schrijven omdat hij van deze nieuwe stroming zeer goed op de hoogte was. Hij beschreef ook op bijzonder accurate wijze de kunst van het houtgraveren. Het eerste volume verscheen zes jaar na zijn vestiging in Straatsburg, het boek dat handelde over de botanie was eerder aan de dunne kant omdat hij een erg druk leven had. Voor het botanische opzoekingswerk kreeg hij wel hulp van botanisten die werkte rondom planten in de streek rond Straatsburg. Zijn eigen bijdrage aan de totstandkoming van zijn boek was misschien opzoekingswerk in de Materia Medica van Dioscorides, dat later in het Latijn zou vertaald worden door Ruell en anderen.
Brunfels Kruidenboek zowel in het Latijn als het Duits, was geillustreerd met 300 afbeeldingen van planten getekend door Hans Weydiz, een gelauwerde artiest in zijn tijd. Deze tekeningen zijn zo goed dat je je afvraagt hoe hij dit voor mekaar heeft gekregen. Een deel van de tekeningen is dan weer zo slecht, dat het zelfs moeilijk uit te maken is over welke soort plant het eigenlijk gaat. Soms is het ook zo dat de plant en de beschrijving niet met elkaar corresponderen. Dit komt omdat hij vaak teruggrijpt naar de werken van Dioscorides, en zoals we weten was het bij deze auteur soms nattevingerwerk om de planten hun juiste bestemming en soort toe te kennen.
Geboren in Mayence, gestudeerd aan de universiteit, en door zijn ouders voorbestemd om de kerk te dienen. Tot zijn 37 ste leefde hij in gemeenschap in een Karthuizerklooster, maar omdat hij de strenge geloften niet meer aankon besloot hij zich aan te sluiten bij de Humanistische beweging. Hij vond werk als Lutheriaanse pastoor, schoolmeester, tot hij zich vestigde in Straatsburg in 1524, zijn studies verder ontwikkelde en boeken begon te schrijven. Pedagogie, theologie, medicijnen en botanie kregen allemaal zijn aandacht. Het is moeilijk te begrijpen waar hij later zijn grote kennis van medicijnen vandaan kwam. Hij ontving zelfs een doctoraat in de medicijnen en kon en mocht praktiseren als dokter. Een ondernemende boekenverkoper, Schott genaamd engageerde hem zelfs om een nieuw kruidenboek te schrijven omdat hij van deze nieuwe stroming zeer goed op de hoogte was. Hij beschreef ook op bijzonder accurate wijze de kunst van het houtgraveren. Het eerste volume verscheen zes jaar na zijn vestiging in Straatsburg, het boek dat handelde over de botanie was eerder aan de dunne kant omdat hij een erg druk leven had. Voor het botanische opzoekingswerk kreeg hij wel hulp van botanisten die werkte rondom planten in de streek rond Straatsburg. Zijn eigen bijdrage aan de totstandkoming van zijn boek was misschien opzoekingswerk in de Materia Medica van Dioscorides, dat later in het Latijn zou vertaald worden door Ruell en anderen.
Brunfels Kruidenboek zowel in het Latijn als het Duits, was geillustreerd met 300 afbeeldingen van planten getekend door Hans Weydiz, een gelauwerde artiest in zijn tijd. Deze tekeningen zijn zo goed dat je je afvraagt hoe hij dit voor mekaar heeft gekregen. Een deel van de tekeningen is dan weer zo slecht, dat het zelfs moeilijk uit te maken is over welke soort plant het eigenlijk gaat. Soms is het ook zo dat de plant en de beschrijving niet met elkaar corresponderen. Dit komt omdat hij vaak teruggrijpt naar de werken van Dioscorides, en zoals we weten was het bij deze auteur soms nattevingerwerk om de planten hun juiste bestemming en soort toe te kennen.
donderdag 6 augustus 2009
woensdag 5 augustus 2009
amazonewoud krimpt
Het voor het wereldklimaat belangrijke regenwoud van het Amazonewoud krimpt steeds verder door ontbossing. Het Braziliaanse Nationaal Instituut voor Ruimtelijk onderzoek ( INPE) meldde in Brasilia onder aanhaling van satellietbeelden dat alleen al in juni 578 vierkante kilometer regenwoud verloren ging. Dat komt overeen met ongeveer een vijfde van de provincie Antwerpen.In vergelijking met mei vorig jaar ( 123 vierkante kilometer) was dat volgens de gegevens een stijging met 370 procent. Vergeleken met juni 2008 ( 870 vierkante kilometer) is er een terugloop van 33 procent. In elk geval gaf het instituut de bedenking mee dat vergelijkingen moeilijk zijn en cijfers de werkelijkheid niet precies kunnen weergeven. Reden: grote delen van de gebieden waren tijdens de observatieperiode door wolken bedekt. Daardoor is slechts 57 procent van het Amazonegebied door het zogenaamde Detersysteem kunnen worden bekeken. Bovendien zijn er elke maand uiteenlopende zichtomstandigheden, waardoor exacte vergelijkingen van hetzelfde gebied vaak niet mogelijk zijn. Het is dus niet uit te sluiten dat de verwoeste regenwoudarealen nog veel groter zijn.
dinsdag 4 augustus 2009
de herleving van de botanie deel 2
Uit de " Dyascorides" wordt ook vaak geciteerd, meestal uit het originele script, dat eigenlijk een compilatie is van Middeleeuwse schrijvers, die op hun beurt dan ook weer samenstellers waren. Aan de hand van een tabel worden de ziekten aangegeven en waar men in het boek de planten kan vinden die de remedie zijn. Planten vormen het merendeel van de illustraties, ze zijn getekend naar heel oude voorbeelden, en dikwijls moeilijk herkenbaar. Onder de diren tekeningen zijn er fabuleuse exemplaren zoals de basilik. In de latere edities zijn de tekeningen precies door kinderen getekend, en verliezen ze alle realiteit die aan de bewuste dieren wordt toegeschreven.
Duitsland zou een grote rol spelen in de heropleving van de botanie. Al waren het niet alleen de Duitsers die de wetenschap zouden uitbreiden. Ook in Frankrijk was er een zekere Ruell, een arts, die vele jaren de Dioscorides bestudeerde. Ook in Italie begon het wetenschappelijk onderzoek te herleven. Jonge naturalisten, niet alleen van Italie, maar ook uit Duitsland, en zo nu en dan een van England, kwamen naar Luke Ghini of een andere Italiaanse meester om onderwezen te worden in Botanie en farmacie. Pisa, Padua en Bologna hadden ieders hun eigen botanische tuin, en een academie voor natuurlijke wetenschappen werd gesticht in Napels.In Italie werd de nieuwe wetenschappelijke beweging snel tot uitdoven gebracht door de kerk en de prinsen, maar in Duitsland werd de toorts nooit gedoofd en ging het wetenschappelijk gewoon verder. Langs de Rijn, van Zwitserland tot de Nederlanden hadden civilisatie en industrialisatie altijd goed gefloreerd. Aan de linkeroever van de rivier hadden ze altijd al grote steden gebouwd, vanaf de Romeinse tijd. Eeuwen na de val van het Romeinse rijk, waren er grote handelsroutes die vlaanderen in verbinding stelde met de Baltische staten, Lyon en Venetie. Dit gaf kooplieden en handelaars toegang tot de grootste markten van de wereld. Het is daar dat ook de Confederatie van de Rijn ontstond. Waar later de Hanze-steden zouden uit ontstaan. Drukkunst en houtgravering werd in de vijftiende -eeuw een gevestigde waarde in zowel Straatsburg en Keulen.
Duitsland zou een grote rol spelen in de heropleving van de botanie. Al waren het niet alleen de Duitsers die de wetenschap zouden uitbreiden. Ook in Frankrijk was er een zekere Ruell, een arts, die vele jaren de Dioscorides bestudeerde. Ook in Italie begon het wetenschappelijk onderzoek te herleven. Jonge naturalisten, niet alleen van Italie, maar ook uit Duitsland, en zo nu en dan een van England, kwamen naar Luke Ghini of een andere Italiaanse meester om onderwezen te worden in Botanie en farmacie. Pisa, Padua en Bologna hadden ieders hun eigen botanische tuin, en een academie voor natuurlijke wetenschappen werd gesticht in Napels.In Italie werd de nieuwe wetenschappelijke beweging snel tot uitdoven gebracht door de kerk en de prinsen, maar in Duitsland werd de toorts nooit gedoofd en ging het wetenschappelijk gewoon verder. Langs de Rijn, van Zwitserland tot de Nederlanden hadden civilisatie en industrialisatie altijd goed gefloreerd. Aan de linkeroever van de rivier hadden ze altijd al grote steden gebouwd, vanaf de Romeinse tijd. Eeuwen na de val van het Romeinse rijk, waren er grote handelsroutes die vlaanderen in verbinding stelde met de Baltische staten, Lyon en Venetie. Dit gaf kooplieden en handelaars toegang tot de grootste markten van de wereld. Het is daar dat ook de Confederatie van de Rijn ontstond. Waar later de Hanze-steden zouden uit ontstaan. Drukkunst en houtgravering werd in de vijftiende -eeuw een gevestigde waarde in zowel Straatsburg en Keulen.
maandag 3 augustus 2009
de herleving van de botanie deel 1
De emancipatie van de biologische wetenschappen door traditionele overlevering werd lang gehinderd door het feit dat het werd afgedaan als een verouderd medicijn. Het is niet moeilijk om te begrijpen dat de complexiteit van de meeste vragen die handelen over gezondheid en ziekte als medicijn worden gezien waarin wetenschappelijke methoden zijn geslopen. En dat het medische beroep heel sensitief is over zijn reputatie en trots op zijn onfeilbaarheid. in de Zestiende eeuw werd de botanie gezien als een deel van de medicinale wetenschap. En werden er therapeutische waarden aan toegedicht. Euricides Cordus die in alles een hervormer was, ijverde voor de overtuiging van zijn toehoorders en lezers dat er drie zaken zeker moesten gekend zijn: het menselijke lichaam, de ziekte en de remedie, maar in de praktijk was het kennen van een gereputeerde remedie de hoofdzaak. Het algemen geloof bestond erin dat er voor elke ziekte een plant bestond die de ziekte kon genezen. Sommige geloofden zelfs dat er in de vooruitziendheid in sommige gemeenten en provincies bepaalde planten bij aanplanting de voorkeur kregen op andere, juist om bepaalde ziekten in die streken te kunnen genezen. Juist omdat deze planten ervoor zorgde dat bepaalde riekten in die streek konden genezen worden door die plantensoort, kreeg de botanie een hoog aanzien. Elke geneeskundige moest het beroep van botanist kunnen uitoefenen, en elke botanist moest de geneeskundige praktijk eigen zijn. Alle botanisten in de zestiende eeuw waren dokter, behalve één uitzondering, Clusius, van zijn biograaf Morren weten we dat hij geen geneeskundige was. De alliantie van botanie en geneeskunde voorzag dat er veel studenten in de plantkunde waren.
Voor we de geschriften van de botanische hervormers bediscussieren, is het interessant om te kijken wie zij eigenlijk vervingen. Rond het jaar vijftienhonderd hadden we de traktaten die een antwoord gaven op de kruiden die in aanmerking kwamen om als remedie te dienen, en de theorie van de geneeskrachtige substanties die deze planten bezaten. Welgekende dieren en mineralen werden er ook in beschreven, soms weleens op een zeer oppervlakkige manier. Zodat deze medicijnhandboeken tot het patrimonium van de natuurlijke historie gingen behoren. Het boek dat het meest circuleerde was de Ortus. Die in Duitsland was geschreven voor de uitvinding van de boekdrukkunst. Het origineel was in het Latijn en behoorde vooral toe aan professionals. Nadat men het boek kon drukken werd hij gemeenschappelijk en werd hij vele malen herdrukt. Hij werd ook vertaald zodat andere landen buiten Duitsland hem konden interpreteren en gebruiken.
Voor we de geschriften van de botanische hervormers bediscussieren, is het interessant om te kijken wie zij eigenlijk vervingen. Rond het jaar vijftienhonderd hadden we de traktaten die een antwoord gaven op de kruiden die in aanmerking kwamen om als remedie te dienen, en de theorie van de geneeskrachtige substanties die deze planten bezaten. Welgekende dieren en mineralen werden er ook in beschreven, soms weleens op een zeer oppervlakkige manier. Zodat deze medicijnhandboeken tot het patrimonium van de natuurlijke historie gingen behoren. Het boek dat het meest circuleerde was de Ortus. Die in Duitsland was geschreven voor de uitvinding van de boekdrukkunst. Het origineel was in het Latijn en behoorde vooral toe aan professionals. Nadat men het boek kon drukken werd hij gemeenschappelijk en werd hij vele malen herdrukt. Hij werd ook vertaald zodat andere landen buiten Duitsland hem konden interpreteren en gebruiken.
biodiversiteit
Van 26 tot 28 april organiseerde de Europese comissie in Athene een bijeenkomst over het biodiversiteitsbeleid na 2010. De aanwezigheid van comissievoorzitter Barroso onderstreepte het belang van de vergadering. In een verklaring achteraf werd opgeroepen om het biodiversiteitsbeleid te versterken en te verbreden. De conferentie is een duidelijk signaal dat de Comissie het biodiversiteitsbeleid prioritair vindt. Eerder verspreiden de milieuministers van de G 8 en Brazilie, China, Indie en Rusland in Syracuse ( Italie) al een gelijkaardige boodschap.
Abonneren op:
Posts (Atom)